top of page

Jurisprudentie-update: herstel arbeidsovereenkomst van werknemer met alcoholprobleem

  • sandyemons
  • 2 hours ago
  • 3 min read

ree

In deze zaak ging het om een werknemer die op staande voet is ontslagen omdat hij voorafgaand aan de werkzaamheden alcohol had gedronken en vervolgens op het werk is verschenen. Werknemer heeft meermaals voorafgaand aan zijn werkzaamheden alcohol gedronken waarop hij ook meermaals door werkgever is aangesproken. Ook is werknemer meermaals te laat op het werk gekomen vanwege alcoholgebruik in privétijd. Daarover hebben werknemer en werkgever meermaals gesproken en werkgever heeft hulp aangeboden en contact gezocht met de bedrijfsarts. Werknemer is daardoor een traject gestart bij de GZ-psycholoog en enige tijd volledig ziek geweest.

 

Op enig moment is werknemer weer aan het werk gegaan. In de eerste week dat werknemer weer volledig aan het werk was, is werknemer wederom onder invloed van alcohol op het werk verschenen. Ook daarna heeft dit nog meerdere keren plaats gevonden. Mede omdat er onder collega’s onrust en onvrede ontstond over deze werknemer, heeft werkgever hem op staande voet ontslagen.

 

Oordeel van het Gerechtshof

Het Gerechtshof is van oordeel dat het ontslag op staande voet niet rechtsgeldig is gegeven. Werkgever had kunnen en moeten vermoeden dat sprake was van meer dan een (incidenteel) alcoholprobleem. Het Gerechtshof is van oordeel dat werkgever meer had moeten doen. De werkgever had volgens het Gerechtshof zich kritischer mogen opstellen, pro-actief contact met de bedrijfsarts en/of de GZ-psychologe dienen te zoeken voor nader overleg, alvorens over te gaan tot het zwaarste middel van ontslag op staande voet.

 

Het Gerechtshof hecht veel waarde aan het plan van aanpak van de bedrijfsarts. In het plan van aanpak van de bedrijfsarts stond immers vermeld dat volledige werkhervatting bij een ongestoord herstel te verwachten viel binnen 4-6 maanden na de eerste verzuimdag in april 2024. Vervolgens kwam het advies van de bedrijfsarts om vanaf mei 2025 weer te starten met halve dagen te werken. Werknemer is vervolgens eind juni gestart met halve dagen te werken en vanaf augustus is werknemer weer volledig aan het werk.

 

Gelet op het plan van aanpak en het feit dat er zich weer meerdere incidenten hebben voorgedaan vanaf het moment dat werknemer weer volledig aan het werk was, had het volgens het Gerechtshof op de weg van werkgever gelegen om contact te zoeken met de bedrijfsarts dan wel om contact te zoeken met de GZ-psycholoog om na te gaan wat de stand van zaken in dat traject was. Dan was werkgever er ook van op de hoogte geweest dat werknemer bij twee afspraken aldaar ook niet was komen opdagen.

 

Het Gerechtshof gaat voorbij aan het verweer van werkgever dat werknemer aan de bel had moeten trekken als hij van mening was dat de bedrijfsarts een onjuiste inschatting maakte. Het Gerechtshof overweegt daartoe dat het een feit van algemene bekendheid is dat mensen die een alcoholprobleem hebben, dat ontkennen, het zelf niet als problematisch aanmerken en het moeilijk vinden hier open over te zijn. Daarnaast heeft werknemer aangegeven dat hij druk voelde om weer volledig aan de slag te gaan, omdat werkgever had aangegeven dat hij in ruil voor zijn geduld ook iets van werknemer terug verwachtte. Volgens het Gerechtshof kon dan ook niet van werknemer worden verwacht dat hij zelf zou aankaarten dat hij nog niet aan het werk kon gaan.

 

Het Gerechtshof concludeert dat het gedrag van werknemer het gevolg is van een ziekte zodat werkgever niet over had mogen gaan tot ontslag op staande voet maar een andere interventie had moeten plegen. Dat er onrust en onvrede onder andere personeelsleden hieromtrent ontstond, doet daar niets aan af. Volgens het Gerechtshof is het aan werkgever om dat in goede banen te leiden.

 

In het geval van een onterecht ontslag op staande voet, kan het Gerechtshof de werkgever veroordelen om de arbeidsovereenkomst te herstellen of aan de werknemer een billijke vergoeding toe te kennen. Werknemer heeft primair gevraagd om de arbeidsovereenkomst te herstellen. Dit leidt tot de volgende uitspraak van het Gerechtshof:

 

Het hof:

Vernietigt de beschikking van de kantonrechter en opnieuw beschikkende:

Herstelt de arbeidsovereenkomst tussen werknemer en werkgever.

 

Dit is apart nu het Gerechtshof de arbeidsovereenkomst niet zelf kan herstellen maar alleen werkgever kan veroordelen tot herstel van de arbeidsovereenkomst. De uitspraak van het hof had dus moeten zijn: “Veroordeelt de werkgever tot herstel van de arbeidsovereenkomst”. Het rechtsgevolg is dan wel hetzelfde maar de uitspraak klopt dus niet.

 

Geschreven door: Manouk Verstappen

 

Bron: ECLI:NL:GHARL:2025:6166

 
 
 

Comments


Uitgelichte berichten
Recente berichten
Archief
Zoeken op tags
Volg ons
  • Facebook Basic Square
  • Twitter Basic Square
  • Google+ Basic Square
bottom of page