Verrekening van de gefixeerde schadevergoeding bij ontslag op staande voet
- 1 day ago
- 2 min read

Wanneer een werknemer rechtsgeldig op staande voet wordt ontslagen, kan dat financiële gevolgen hebben die verder gaan dan het einde van de arbeidsovereenkomst. In dat geval kan de werknemer namelijk schadeplichtig zijn en een zogenoemde gefixeerde schadevergoeding verschuldigd worden. In de praktijk rijst vervolgens vaak de vraag of de werkgever deze vergoeding kan verrekenen met het loon dat nog moet worden betaald bij de eindafrekening.
In een zaak van het Gerechtshof Amsterdam (https://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraakid=ECLI:NL:GHAMS:2025:962) heeft het hof zich hierover uitgelaten. In de uitspraak stond – naast de geldigheid van het ontslag op staande voet – vooral de vraag centraal of de werkgever de gefixeerde schadevergoeding mocht verrekenen met het nog verschuldigde loon van de werknemer.
De werknemer had het ontslag op staande voet gekregen wegens betrokkenheid bij een mishandeling van de CEO van het bedrijf. Zowel de kantonrechter als het hof oordeelden dat dit een dringende reden voor ontslag opleverde. Daarmee stond ook vast dat de werknemer schadeplichtig was. Op grond van de wet is de werknemer in zo’n geval een gefixeerde schadevergoeding verschuldigd ter hoogte van het loon over de termijn die de arbeidsovereenkomst bij een regelmatige opzegging nog had behoren voort te duren.
De discussie verschoof vervolgens naar de vraag of de werkgever deze schadevergoeding mocht verrekenen met de eindafrekening. Het hof beantwoordt die vraag bevestigend en sluit daarbij aan bij het algemene verrekeningsregime van artikel 6:127 BW. Verrekening is mogelijk wanneer partijen over en weer een opeisbare vordering op elkaar hebben en de schuldenaar verklaart dat hij zijn schuld met zijn tegenvordering verrekent.
Cruciaal in deze zaak was dat de werkgever in de ontslagbrief expliciet had vermeld dat de werknemer schadeplichtig was en dat de gefixeerde schadevergoeding met de eindafrekening zou worden verrekend. Daarmee had de werkgever een duidelijke verrekeningsverklaring afgelegd. Volgens het hof was daarmee voldaan aan de vereisten voor verrekening.
Dat lijkt misschien vanzelfsprekend, maar in de praktijk gaat het hier regelmatig mis. Rechters wijzen een beroep op verrekening door werkgevers niet zelden af wanneer onvoldoende duidelijk is dat daadwerkelijk een verrekeningsverklaring is gedaan, of wanneer die pas achteraf – bijvoorbeeld pas in een procedure – wordt ingeroepen. Ook speelt mee dat in het arbeidsrecht het loon sterk wordt beschermd, waardoor rechters kritisch kijken naar inhoudingen op de eindafrekening.
Voor werkgevers is het daarom van belang om een beroep op verrekening expliciet, tijdig en ondubbelzinnig te doen, bij voorkeur al in de ontslagbrief zelf. Daarnaast verdient het aanbeveling om dit zorgvuldig te documenteren, zodat achteraf kan worden aangetoond dat de verrekening daadwerkelijk is aangezegd.
De praktische les is daarmee minder spectaculair dan de feiten van de zaak, maar wel relevanter voor de dagelijkse praktijk: wie de gefixeerde schadevergoeding wil verrekenen met de eindafrekening, moet dat duidelijk en aantoonbaar doen. Zonder een expliciete verrekeningsverklaring kan een op zichzelf terechte vordering alsnog buiten de eindafrekening blijven.























Comments